Schoen- en leder industrie

Armoede Nederlands Leder en Schoenen Museum (tijdelijk gesloten) Sint Crispijn

Armoede

Hooisteeg, Waalwijk

Thema:


Scholen:

Teresiaschool

Wilhelminastraat 6, Waalwijk

Van der Heijden

Mendelssohnstraat 59, Waalwijk

Pater van der Geld

Max Bruchstraat 8, 5144 GJ Waalwijk


Armoede

In de negentiende eeuw woonden fabrieksarbeiders vaak in woningen die eigendom waren van hun baas. Die zette dan tussen het eigen woonhuis aan de Grotestraat en de Winterdijk een rijtje huizen neer. De Hooisteeg is hier een voorbeeld van. Nu zijn het mooie werkplaatsen voor lokale kunstenaars. Toen waren het kleine, bedompte huizen voor gezinnen met soms wel tien kinderen. Met twee buitentoiletten voor ongeveer honderd bewoners. 



Het leven van de leerbewerkers en schoenmakers aan het eind van de negentiende eeuw is een hard bestaan. De lonen zijn laag en de werktijden zijn lang. De bazen van de fabrieken bezitten winkels waar ze levensmiddelen en kleding verkopen. De schoenmakers worden door hun baas verplicht hun boodschappen te doen in zijn winkel. Kosten van de boodschappen worden direct van het loon afgetrokken. De vakbonden maken hier begin twintigste eeuw een eind aan. Kinderarbeid is heel normaal in deze tijd, zowel bij thuiswerkers als in de fabrieken. In 1874 wordt het ‘kinderwetje van Van Houten’ ingevoerd. De wet verbiedt kinderen onder de twaalf jaar in fabrieken te werken. In werkelijkheid trekt men zich maar weinig aan van de wet. De leerplichtwet van 1900 brengt wel enige verbetering voor jonge kinderen.